
Vogels moet u alleen bijvoeren indien dat nodig is, dus niet in de zomer en zeker niet tijdens de broedtijd. Indien de nestjongen het verkeerde en/of te eentonig voedsel krijgen is dat niet goed voor hun natuurlijke groeipatroon.

Bijvoeren is alleen nodig tijdens de winter als er sneeuw ligt of tijdens een langere vorstperiode, en het voer onbereikbaar wordt voor de vogels. Wel altijd zorgen dat het voedsel op een sneeuwvrije ondergrond ligt, of eventueel in een vogelhuisje.
U hoeft geen drinken te geven wanneer er sneeuw ligt. De vogels pikken sneeuw op, en krijgen op die manier vocht binnen. Indien er geen sneeuw ligt en het water is bevroren, kunt u een lage schaal of diep bord met water plaatsen deze dan dusdanig afdekken met wat grof gaas of een bloempot zodat de vogels wel kunnen drinken maar er niet in kunnen zwemmen (baden.)
Het drinkwater enige malen per dag verversen of vorstvrij houden door de drinkbak op een (elektrische) onderzetter te plaatsen van ± 16 watt. (Deze onderzetters zijn bij verschillende vogelspeciaalzaken verkrijgbaar). Nooit zout of iets dergelijks in het water doen want daardoor krijgen de dieren steeds meer dorst en ook nog eens problemen met de ingewanden (darmen).

Nog een tip voor vogelliefhebbers die bij parken wonen waar eenden en ganzen zitten:
Om deze vogels van water te voorzien kunt u met een oude mayonaise emmer (waar een deksel op zit) gemakkelijk wat water brengen zonder veel geknoei.
Bovense foto:
Een volière van het vogelopvangcentrum in de winter.

© 2005 SVRE.